Zodra de dagen korter worden en de temperatuur buiten daalt, kruipen we het liefst binnen met een kop thee en een paar brandende kaarsen. Het geeft direct sfeer en – laten we eerlijk zijn – het voelt ook een beetje warmer aan. Nu de energieprijzen de afgelopen jaren flink schommelden, vroegen veel mensen zich af: is dit niet dé manier om te besparen? Kun je je huis verwarmen met kaarsen in plaats van de thermostaat een graadje hoger te zetten?
Het idee is verleidelijk. Een paar gezellige lichtjes die ook nog eens je energierekening omlaag brengen. In deze blog duiken we in de wetenschap achter de warmte van kaarsen en kijken we of dit een realistisch alternatief is voor je centrale verwarming.
Geven kaarsen warmte af?
Laten we beginnen bij de basis. Geven kaarsen warmte af? Het korte antwoord is: ja, absoluut. Een kaars is een bron van verbranding en elke vlam produceert energie in de vorm van licht en warmte. Gemiddeld levert één waxinelichtje ongeveer 30 tot 40 watt aan warmte-energie. Een grotere stompkaars kan zelfs tot 75 of 80 watt gaan.
Ter vergelijking: een gemiddelde radiator in een woonkamer heeft een vermogen van zo’n 2000 tot 3000 watt. Je kunt dus zelf de rekensom maken. Om één kleine radiator te vervangen, zou je al snel dertig tot veertig stompkaarsen tegelijkertijd moeten laten branden. Hoewel de warmte van kaarsen op kleine schaal zeker merkbaar is (bijvoorbeeld als je je handen er vlak boven houdt), is het op grote schaal een behoorlijke uitdaging.
De bekende ‘bloempot-verwarming’
Misschien heb je de video’s op social media wel voorbij zien komen: de terracotta bloempot boven een paar waxinelichtjes. Het idee hierachter is dat de pot fungeert als een soort warmhoudplaat voor het theelicht. De stenen pot vangt de warmte van de vlammetjes op, slaat deze op en straalt de warmte vervolgens langzaam uit naar de omgeving, vergelijkbaar met een kleine kachel.
Hoewel dit principe van stralingswarmte werkt – de pot wordt immers gloeiend heet – creëert het technisch gezien niet méér warmte. Het verplaatst de warmte alleen. In plaats van dat de warme lucht direct naar het plafond stijgt, wordt het opgevangen en zijwaarts uitgestraald. Het voelt in de directe nabijheid van de pot prettig aan, maar een hele kamer krijg je er helaas niet mee warm.
De risico’s van kaarsen als warmtebron
Hoewel het romantisch klinkt om de kachel uit te laten en de tafel vol te zetten met lichtjes, zitten er aan het huis verwarmen met kaarsen ook nadelen en risico’s.
Ten eerste is er de luchtkwaliteit. Wanneer je tientallen kaarsen tegelijk brandt, komen er fijnstoffen en roet vrij in je woonkamer. Zeker bij goedkopere paraffinekaarsen kan dit op den duur ongezond zijn voor je longen en een aanslag vormen op je muren en plafonds. Kies daarom liever voor natuurlijke wassoorten zoals sojawas of koolzaadwas als je voor sfeer gaat.
Daarnaast is de brandveiligheid een groot punt van aandacht. Wanneer je veel kaarsen dicht bij elkaar zet (bijvoorbeeld onder een bloempot), kan de temperatuur zo hoog oplopen dat de was in alle cupjes tegelijk vloeibaar wordt en vlam vat. Dit kan leiden tot een zogenaamde ‘steekvlam’ die je niet zomaar met water kunt blussen.
Is het goedkoper?
Als we kijken naar de kosten, wint de centrale verwarming het bijna altijd van de kaars. De prijs per kilowattuur (kWh) die je betaalt voor kaarsenwas is vele malen hoger dan die van aardgas of een warmtepomp. Kaarsen zijn prachtig voor de sfeer en kunnen de ‘gevoelstemperatuur’ in huis zeker verhogen, maar als serieuze hoofdverwarming zijn ze simpelweg te duur en inefficiënt.
Conclusie: Gebruik kaarsen voor je hart, niet voor je huis
Kun je je huis verwarmen met kaarsen? Technisch gezien leveren ze warmte, maar als vervanger voor je verwarming schieten ze tekort. De kracht van kaarsen zit hem niet in de cijfers op de thermometer, maar in de psychologische warmte. Het licht van een vlammetje maakt dat we ons comfortabeler en geborgen voelen, waardoor we die dikke trui minder erg vinden.
Geniet dus vooral van de gezelligheid en de subtiele warmte van kaarsen, maar zie ze als een sfeervolle aanvulling en niet als je nieuwe cv-ketel. Veiligheid en gezelligheid gaan hand in hand, zolang je het met mate doet!
